Een EK MCR‑team vormen is eigenlijk net als een Zweedse IKEA‑kast in elkaar zetten: het lijkt simpel, tot je begint. Want ja, vier spelers die niet tegen elkaar mogen spelen… maar wél samen een team moeten vormen. En dat wringt. Zeker als je sommige mensen liever niet aan tafel hebt. Dan moet je dus kiezen: óf samen een team vormen met mensen die je liever ontwijkt, óf geen team vormen en daarmee toegeven dat je ze hoopt te ontwijken. U voelt het al: problemen, problemen, problemen — een klassiek MCR‑thema.
Gelukkig hebben wij een team dat dit soort dilemma’s elegant omzeilt. Wij lopen al zo lang samen internationale toernooien af dat we niet eens meer weten of we elkaar mogen. En dat werkt verrassend goed. Misschien is dat wel het geheim: als je het niet meer weet, kun je er ook geen ruzie over maken.
Teamresultaten: 25% glorie, 75% gezelligheid
Ons team doet het voor 25% fantastisch. Dat is een keurig percentage, zeker als je bedenkt dat de overige 75% bestaat uit een 85e plek (Marjoleine), een 124e plek (Sandra) en een 150e plek (Jacqueline). Daarmee breek je geen potten, hooguit een Zweedse koffiemok.
Maar dan is er Olav. De man die op eerdere EK’s steevast in de onderste regionen bungelde — en dan bedoelen we niet “net onder de middenmoot”. Nee, 211e van 216 deelnemers. Dat niveau. En nu? Zesde plaats na dag één. Beste Nederlander. De MCR‑wereld staat perplex. Sommige landgenoten waren zó verbaasd dat ze spontaan begonnen te controleren of de ranglijst misschien ondersteboven hing.
Een valse start met een vriendelijke twist
En dat terwijl de dag beroerd begon: slechts één punt in de eerste ronde. Dat punt kwam ook nog door een vriendelijke landgenote die de drie grote draken aan Olav schonk en daarmee zelf laatste werd. Ze vroeg of we haar niet wilden noemen in het blog. Dat doen we natuurlijk niet. Diana Westdijk blijft volledig anoniem.
Nederland timmert aan internationale weg
Het was sowieso een mooie dag voor de Nederlandse delegatie. Marcel Tjon‑a‑Sam stond na drie ronden fier bovenaan. Bescheiden als altijd wuifde hij alle complimenten weg met de opmerking dat het toernooi nog lang niet gespeeld was. En dat bewees hij direct in ronde vier: nul punten, hup naar plek negen. Bescheidenheid loont, maar soms iets te letterlijk.
Verder hebben we nóg twee Nederlandse lichtpuntjes: Hanneke Morel op plek 16 en Luuk van Balkum op plek 17. Hoe mooi zou het zijn als ze dat vasthouden? Het zou bijna verdacht positief worden. En onderaan de ranglijst? Slechts één Nederlander. Ook dat is een historische verbetering. Er zijn tijden geweest dat de rode lantaarn een rood‑wit‑blauwe lantaarn was. Blijkbaar hebben al die workshops op de school van Eveline Broers toch nut gehad. Hulde aan het bestuur van de bond.
Reactie plaatsen
Reacties